De Vijfde ziekte wordt veroorzaakt door een virus, en is een besmettelijke ziekte. Het virus overleeft door zich te verspreiden van persoon tot persoon. Besmetting kan plaats vinden bij contact tussen een geïnfecteerd en gezond persoon.

 Virus Vijfde ziekte en verspreiding

Het parvovirus B19, dat de Vijfde ziekte veroorzaakt, bevindt zich bij geïnfecteerde personen in de keel. Wanneer de geïnfecteerde persoon praat, hoest of niest, ontsnappen kleine waterdruppeltjes uit de neus en mond. In deze druppeltjes zal het virus zich bevinden. Deze druppeltjes kunnen bij een andere persoon binnenkomen door de mond of inademing. Het is echter gebleken dat het virus zich niet gemakkelijk verspreidt: intensief contact is nodig voor een succesvolle overdracht van het virus.

Incubatietijd Vijfde ziekte

Voordat de Vijfde ziekte herkenbaar is als zodanig, is er een periode waarin de geïnfecteerde persoon geen symptomen heeft. Dit noemen we de incubatieperiode. Bij de Vijfde ziekte duurt deze vier tot 21 dagen. Algemeen aangenomen is dat alleen in de laatste week van deze periode, de week voor de eerste symptomen optreden, de ziekte besmettelijk is. Dit heeft voor- en nadelen. Aan de ene kant is er slechts een kleine periode waarin de ziekte kan worden overgedragen. Aan de andere kant is het onmogelijk te weten wanneer iemand het virus draagt en deze kan overdragen. Er zijn immers geen symptomen die wijzen op een infectie tijdens de besmettelijke periode. Er zijn ook aanwijzingen dat het virus nog (licht) besmettelijk is tijdens de eerste dagen dat symptomen optreden, hier is echter niet veel over bekend.

De algemene mening is dat er geen reden voor geïnfecteerde mensen om thuis te blijven om verdere besmetting te voorkomen. Als de eerste symptomen optreden is de ziekte al niet meer besmettelijk of op zijn meest licht besmettelijk. Om eventuele besmetting te voorkomen is het verstandig altijd de hand voor de mond te houden bij het niezen of hoesten. Ook regelmatig de handen wassen kan de kans op overdracht van dit virus, maar ook andere virussen en bacteriën, voorkomen.